Meer
Publicatiedatum: 09-04-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Paragraaf 3 - Financiering

In deze paragraaf beschrijven we de plannen en acties op het gebied van liquiditeitsbeheer, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s voor de jaren 2020 tot en met 2023. Naast enkele onderwerpen die verplicht onderdeel uitmaken van deze paragraaf, gaan we ook in op een aantal ontwikkelingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie. In deze paragraaf gaan wij achtereenvolgens in op:

  • Wettelijke kaders en treasurystatuut
  • Rentevisie en rentebeleid
  • Renterisicobeheer
  • Financieringsbehoefte en EMU-saldo
  • Uitzettingen
  • Renteomslag
  • Garantstelling
  • Relatiebeheer

Wettelijke kaders en treasurystatuut

De kaders voor de uitvoering van de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de financiële verordening en uitgewerkt in het treasurystatuut. Hierbij is de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) van toepassing. Deze wet stelt de kaders voor een verantwoorde en professionele inrichting van de treasuryfunctie bij decentrale overheden. Het belangrijkste uitgangspunt daarbij is het beheersen van risico’s. In 2017 zijn de financiële verordening en het treasurystatuut herzien en vastgesteld. Hierna zijn er geen wijzigingen geweest in wet en regelgeving of in het gemeentelijk beleid. Aanpassing van de financiële verordening of het treasurystatuut is daarom op dit moment niet aan de orde.

Rentevisie en rentebeleid

Rente speelt een belangrijke rol in de begroting. Vooral door de omvang van deze bedragen, is het gewenst dit onderdeel van de begroting voor uw raad inzichtelijk te maken. Daarbij gaat het om factoren die invloed op de rente hebben en om inzicht te geven in de keuzemogelijkheden. Dit alles vatten wij gemakshalve samen onder de term ‘rentebeleid’. Er wordt onderscheid gemaakt tussen korte rente en lange rente. We spreken van korte rente bij termijnen tot maximaal 1 jaar en van lange rente bij termijnen van 1 jaar of langer. Renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt zijn belangrijk vanwege de risico’s die ze voor ons in kunnen houden. Wij volgen de renteontwikkelingen daarom ook nauwlettend. We maken hiervoor gebruik van de informatie van een aantal geldverstrekkers, waarbij we op ieder moment van de dag de ontwikkelingen kunnen volgen en online op de hoogte worden gehouden van belangrijke veranderingen.

Al een aantal jaren is sprake van lage rente standen. Ook het afgelopen jaar is hier geen verandering in gekomen. Bij de rente voor een kasgeldlening (looptijd < 1 jaar) is al geruime tijd sprake van een negatieve rente. Hierin valt op dat deze het laatste jaar vrij stabiel is. De rente voor een kasgeldlening van 1 maand staat bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) al sinds juli 2016 op -/- 0,38%. Komende tijd wordt hierin ook nog weinig verandering verwacht. De gemeente maakt van deze negatieve rentestand optimaal gebruik door bij liquiditeitstekorten een kasgeldlening af te sluiten en zo min mogelijk gebruik te maken van de kredietfaciliteit op de rekening courant.

Onderstaande schema weergeeft de renteverwachting van de BNG. De verwachting van de BNG is dat het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) zeer ruim zal blijven. De lange rentetarieven lopen in de komende 12 maanden naar verwachting wat op.

Renterisicobeheer

In dit onderdeel krijgt u inzicht in de renterisico’s van de gemeente. De rente-risiconorm heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf 1 jaar en de kasgeldlimiet op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar. Deze twee normen zijn een verplicht onderdeel van deze paragraaf. Het doel van deze normen is om de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijging te beperken.

Renterisiconorm

De renterisiconorm benadrukt vooral het belang van een goede spreiding van de leningenportefeuille en van de renterisico’s. De renterisiconorm houdt in dat niet meer dan 20% van het begrotingstotaal voor herfinanciering en/of renteherziening in aanmerking mag komen. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Wij hebben geen leningen met een renteherziening.

Het renterisico dat de gemeente in een jaar loopt, is onder andere afhankelijk van nieuw aan te trekken financiering in de komende jaren. Bij het bepalen van de renterisiconorm is in deze begroting rekening gehouden met het aantrekken van eventuele nieuwe leningen in 2020. In principe worden er lineaire leningen afgesloten. Hierdoor zijn de aflossingen over de looptijd gespreid en is het renterisico op vaste schuld lager. Het onderstaande overzicht maakt duidelijk dat er voldoende ruimte is binnen de renterisiconorm om ook eventuele extra (project)investeringen of uitgaven ten behoeve van de grondexploitatie met lang vreemd vermogen te financieren.

 

Renterisico op vaste schuld bedragen x € 1.000
2020 2021 2022 2023
1. Netto renteherziezing op vaste schuld 0 0 0 0
2. Betaalde aflossingen 4.488 3.988 4.131 4.131
3. Renterisico op vaste schuld (1 + 2) 4.488 3.988 4.131 4.131
Renterisiconorm
4a. Begrotingstotaal 2020 57.238
4b. Het bij het ministeriële regeling vastgestelde percentage 20%
4. Renterisiconorm 11.448
Toets renterisiconorm
5a. Ruime onder renterisiconorm (4 - 3) 6.960
5b. Overschrijding renterisiconorm (4 - 3) 0

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet geeft het renterisico op de vlottende schuld weer. Met de kasgeldlimiet is een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de gemeente haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Wanneer in drie opeenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, moet dit gemeld worden bij de toezichthouder. Hieronder een prognose van de kasgeldlimiet over 2020. Wanneer er sprake is van een liquiditeitstekort wordt een afweging gemaakt of het zinvol is om gebruik te maken van kortlopende of langlopende financiering. Dit is onder andere afhankelijk van de rentestand. Voor kortlopende leningen is nog steeds sprake van gunstige rentetarieven. Wanneer dit ook in 2020 zo blijft, gebruiken we bij een liquiditeitstekort allereerst de ruimte van de kasgeldlimiet.

bedragen x € 1.000
1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
Totaal vlottende schuld 5.000 5.000 5.000 5.000
Totaal vlottende middelen 1.500 1.500 1.500 1.500
Gemiddeld saldo schuld (+) of overschot (-) 3.500 3.500 3.500 3.500
Kasgeldlimiet 4.865 4.865 4.865 4.865
Begrotingstotaal 2020 57.238
vastgestelde percentage 8,5%
Ruimte onder kasgeldlimiet 1.365 1.365 1.365 1.365

De financieringspositie wordt bepaald door diverse factoren, zoals de ontwikkeling van het investeringsniveau en –tempo, wisselende baten in de grondexploitaties en mutaties in de geldleningenportefeuille. Met een liquiditeitenplanning brengen we structuur aan in de verwachte inkomsten en uitgaven. Hierdoor krijgen we inzicht in de financieringsbehoefte.

Verwachte financieringspositie voor de komende jaren

Op basis van de onderstaande berekening van de financieringsbehoefte is de verwachting dat er geen sprake is van het aantrekken van langlopende geldleningen voor de liquiditeitspositie. Het financieringstekort kan gedekt worden door het aantrekken van kortlopende geldleningen. Voor de bouw van het nieuwe gemeentehuis worden wel langlopende leningen afgesloten die binnen een bouwdepot worden gecategoriseerd. Financiële consequenties van eventuele aanpassingen van de investeringsplanning en daaruit voortvloeiende wijziging van de financieringsbehoefte worden in de tussenrapportages verwerkt.

In onderstaande berekening is de investering voor het Huis van Albrandswaard en de daarbij behorende projectfinanciering niet meegenomen.

Omschrijving 2020 2021 2022 2023
Boekwaarde kapitaaluitgaven
vaste activa 60.471.800 58.875.200 57.372.900 55.909.500
grondbedrijf 7.792.100 218.000 315.100 313.400
totaal te financieren kapitaaluitgaven 68.263.900 59.093.200 57.688.000 56.222.900
Boekwaarde financieringsmiddelen
langlopende geldleningen 38.317.700 34.439.300 30.860.900 27.282.400
reserves 16.478.700 15.890.600 15.701.200 15.779.500
voorzieningen 10.688.800 8.848.600 6.354.500 5.985.600
65.485.200 59.178.500 52.916.600 49.047.500
begrotingsresultaat 235.400 290.000 628.400 1.830.200
Financieringsoverschot/-tekort -2.543.300 375.300 -4.143.000 -5.345.200

Leningenportefeuille

Bij een structureel liquiditeitstekort moet de gemeente geld lenen en sluit daarvoor een langlopende geldlening af. Voor langlopende geldleningen hanteren wij de marktrente en berekenen jaarlijks de gemiddelde rente over de langlopende leningen. In onderstaand overzicht staan de opgenomen langlopende leningen. Hierbij is rekening gehouden met de verwachtte financieringsbehoefte voor 2020. De gemiddelde rente van deze leningen per 1 januari 2020 is 2,118%.

bedragen x € 1.000
1-1-2019 1-1-2020 1-1-2021 1-1-2022 1-1-2023
Stand leningen 39.725 56.361 51.983 48.104 44.082
Nieuwe lening 7.000 0 0 0 0
Nieuwe lening* 13.665 0 0 0 0
Reguliere aflossingen 4.028 4.378 3.878 4.022 4.026
* Betreft projectfinanciering nieuwbouw gemeentehuis Albrandswaard

EMU-saldo

Hieronder wordt een beeld geschetst van het verwachte verloop van ons EMU-saldo over de periode van 2020 tot en met 2023. De gemeentelijke systematiek van nu investeren en afschrijven over een reeks van jaren, strookt niet met de manier waarop het EMU-saldo wordt berekend. Investeringen in een jaar worden direct ten laste gebracht van het EMU-saldo. Hierdoor ontstaat een negatief effect op het EMU saldo. Dit effect heeft geen gevolgen.

emusaldo tabel

Omschrijving 2019 2020 2021 2022 2023
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (BBV. Artikel 17c) -1.348 -353 101 707 1.801
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie 2.669 2.763 2.715 3.154 3.179
Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie 1.386 1.231 1.368 1.213 3.179
Uitgaven voorzieningen -1.141 -3.071 -3.863 -1.582 -1.063
Operationele kasstroom 1.567 570 322 3.492 7.096
Investeringen in (im)materiële vast activa die op de balans worden geactiveerd. -7.451 -9.844 -4.516 -1.248 -1.298
Grondexploitaties 3.978 -407 5.626 97 313
Berekend EMU-saldo -1.906 -9.682 1.431 2.341 6.111

Uitzettingen

Wanneer er sprake is van een overliquiditeit zijn de mogelijkheden om dit tijdelijk renderend weg te zetten op een deposito beperkt. Dit als gevolg van de wet op het verplicht schatkistbankieren. Bij de schatkist kunnen overtollige middelen eventueel tijdelijk op deposito worden weggezet. Hier krijgen we een rente vergoed die gelijk is aan de rentes die de Nederlandse staat betaalt op leningen die ze op de markt aangaat. Op dit moment is deze rente 0%, bij overliquiditeit wordt er daarom geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om dit op deposito zetten. Bij overliquiditeit kan dit conform het treasurystatuut ook gebruikt worden om tijdelijke liquiditeitstekorten binnen de BAR-Organisatie op te vangen door het verstrekken van een onderlinge kasgeldlening tegen marktconforme rente. Zolang er sprake is van een negatieve rente op kasgeldleningen worden er geen onderlinge leningen afgesloten.

Verstrekte leningen

In 2014 is een lening verstrekt aan de BAR-Organisatie voor de financiering van de materiële vaste activa die betrekking hebben op de bedrijfsvoering, welke zijn overgedragen van de gemeente aan de BAR-Organisatie. In 2018 is bij de bij de afwikkeling van de overname van de panden van de Stichting  Eerstelijnsvoorziening Portland een lening verstrekt aan Carnisse Mondzorg B.V. in verband met achterstallige renteverplichtingen. Hiervoor wordt een marktconforme rente gehanteerd.

In onderstaand overzicht wordt het verloop van deze leningen weergegeven.

bedragen x € 1.000
Naam geldnemer % Saldo uitzettingen 1 januari 2020 Verwachte mutaties in 2020 Saldo uitzettingen 31 december 2020
BAR-organisatie n.v.t. 131 -60 71
Carnisse Mondzorg B.V. 3% 235 -26 209
Totaal verstrekte gelden 366 -86 279

Renteomslag

In dit onderdeel geven we inzicht in de rentelasten voor externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat rente via de taakvelden wordt toegerekend aan de programma’s. Door gebruik te maken van een renteomslag wordt de manier van verantwoorden van de rente in de begroting geharmoniseerd. Op advies van de commissie BBV wordt voor het berekenen van de renteomslag onderstaand model gebruik. Hiermee geven we inzicht in de rentelasten voor externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het BBV schrijft voor dat de gehanteerde omslagrente niet meer dan 0,5% mag afwijken van de berekende omslagrente. Conform onderstaande berekening komen we voor 2020 uit op een renteomslag percentage van 1,46%  In de begroting 2020 is gerekend met een omslagpercentage van 1,30%. Hierdoor ontstaat er een nadelig renteresultaat op het taakveld treasury omdat minder rente wordt toegerekend aan de overige taakvelden dan de werkelijk geraamde rentelasten. Hiermee blijven we binnen de door de BBV gestelde grens van 0,5%.

Schema rentetoerekening
Externe rentelasten financiering +/+ 1.058.800
Externe rentebaten -/- -12.500
Saldo rentelasten en rentebaten 1.046.300
Rente die doorberekend wordt aan grondexploitaties -/- -146.800
Rente projectfinanciering -/- 0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente 899.500
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente -821.500
Renteresutaat op taakveld treasury 78.000
Toe te rekenen rente 899.500
Boekwaarde per 1 januari 61.497.200
Renteomslagpercentage 1,46%

Garantstelling

In het verleden zijn regelmatig garantstellingen geweest voor leningen aan derden. Met het oog op de financiële risico’s die de gemeente hierbij loopt, wordt terughoudend omgegaan met het honoreren van deze aanvragen. Alleen als het maatschappelijk belang ermee gediend is en er voldoende zekerheden gesteld worden, wordt een garantie verleend. Per 1 januari 2019 is het totaal van de directe garantstellingen € 118.550. Het totaal van de garantstellingen met een achtervangfunctie via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw was € 62 miljoen. Het risico dat de gemeente loopt bij deze garantstellingen is meegenomen in de berekening van ons weerstandvermogen.

Relatiebeheer

Met onze huisbankier vindt periodiek overleg plaats, waarbij eventuele nieuwe ontwikkelingen worden besproken. Verschillende banken en financiële instellingen geven regelmatig adviezen over het vastzetten van gelden en het beheer van de leningenportefeuille. In 2020 wordt opnieuw regelmatig gebruik gemaakt van de verschillende adviserende instanties om optimaal te kunnen profiteren van de beschikbare financiële instrumenten. In het treasurystatuut staat de administratieve organisatie, interne controle en informatievoorziening uitvoerig beschreven. Handhaving hiervan en optimalisatie blijft onder de aandacht.