Paragraaf 3 - Financiering

In de paragraaf financiering beschrijven we de plannen en acties op het gebied van liquiditeitsbeheer, de financiële positie en de hieraan verbonden risico’s voor de jaren 2022 tot en met 2025. Naast enkele onderwerpen die verplicht onderdeel uitmaken van deze paragraaf, gaan we ook in op een aantal ontwikkelingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie.In deze paragraaf gaan wij achtereenvolgens in op:

  • Wettelijke kaders en treasurystatuut
  • Rentevisie en rentebeleid
  • Renterisicobeheer
  • Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte
  • Uitzettingen
  • Renteomslag
  • Garantstelling
  • Relatiebeheer

Wettelijke kaders en treasurystatuut

De wettelijke kaders rondom de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). Beheersing van de financiële risico’s speelt daarin een belangrijke rol. De uitwerking van deze kaders zijn vastgelegd in de financiële verordening 2017 en het treasurystatuut 2017.
In 2017 zijn de financiële verordening en het treasurystatuut herzien en vastgesteld. Hierna zijn er geen wijzigingen meer geweest in wet- en regelgeving of in het gemeentelijk beleid. Aanpassing van de financiële verordening of het treasurystatuut is daarom op dit moment niet aan de orde. Wel heeft het college in 2021 de nota garantstellingen en leningen 2021 vastgesteld. In deze nota zijn de spelregels en beleidskaders rondom garantstellingen en leningen vastgelegd bedoeld als uitwerking van hetgeen in het treasurystatuut is opgenomen.

Rentevisie en rentebeleid

Rente speelt een belangrijke rol in de begroting. Het is, gezien de omvang van de bedragen, gewenst uw raad inzicht te geven in de keuzemogelijkheden en de factoren die invloed op de rente hebben. Dit alles vatten wij samen onder de term ‘rentebeleid’. We maken daarbij onderscheid tussen korte rente en lange rente. Van korte rente is sprake bij leningen tot maximaal 1 jaar en van lange rente bij termijnen van 1 jaar of langer.
Het is van belang de renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt te volgen vanwege de mogelijke risico’s die ze voor ons inhouden. Wij volgen deze ontwikkelingen nauwlettend en maken gebruik van de (online) informatie van een aantal geldverstrekkers.
De rente is al enige jaren laag en de verwachting is dat deze in de komende periode niet wijzigt. Naar aanleiding van de coronapandemie heeft de Europese Centrale Bank (ECB) een aankoopprogramma opgezet waarmee ze de kosten van leningen wil verminderen en de kredietverlening in het eurogebied wil vergroten. Deze maatregel is een aanvulling op de eerdere programma’s van de ECB. De maatregelen helpen de consumptie en de investeringen te stimuleren en hebben als doel economische groei te bevorderen.
De rente voor een kasgeldlening (looptijd < 1 jaar) is al geruime tijd negatief. De gemeente maakt van deze negatieve rentestand gebruik door bij liquiditeitstekorten een kasgeldlening af te sluiten en zo min mogelijk gebruik te maken van de kredietfaciliteit op de rekening courant.
Vanaf 1 juli 2021 berekent de BNG negatieve rente over het positieve saldo op de lopende rekening. BNG houdt daarbij een grens aan van € 500.000. Onder dit bedrag is de creditrente 0%, daarboven 1-maands EURIBOR. Het is daarom zaak de saldi op de lopende rekening onder deze grens re houden en overschotten af te romen naar de schatkist.

Rentevisie BNG
De verwachting van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is dat het monetaire beleid van de ECB, zoals hierboven vermeld, ruim blijft.

Actueel Over een jaar
forward rate prognose
BNG Bank
3 maanden interbancair -0,54 -0,5 -0,40
Staat 10 jaar -0,17 -0,1 0,10(-0,30)

Renterisicobeheer

In dit onderdeel krijgt u inzicht in de renterisico’s van de gemeente. Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Fido. Voor de bepaling van de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie zijn twee normen verplicht gesteld: De rente-risiconorm heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf 1 jaar en de kasgeldlimiet op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar. Het doel van deze normen is om de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijging te beperken.

Renterisiconorm

De renterisiconorm heeft als doel de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering (van aflossingen op bestaande leningen) en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen.
Door toepassing van deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie, waardoor dit renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld. Jaarlijks komt maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking voor herfinanciering en/of renteherziening.
Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Onder herfinanciering verstaan we het afsluiten van nieuwe leningen ter vervanging van bestaande financieringen en/of aflossingen op de bestaande leningenportefeuille.
Het onderstaande overzicht maakt duidelijk dat er ruimte is binnen de renterisiconorm om ook eventuele extra investeringen of uitgaven ten behoeve van de grondexploitatie met lang vreemd vermogen te financieren.

Renterisico op vaste schuld bedragen x € 1.000
2022 2023 2024 2025
1. Netto renteherziening op vaste schuld 0 0 0 0
2. Betaalde aflossingen 4.165 4.165 4.166 4.166
3. Renterisico op vaste schuld (1 + 2) 4.165 4.165 4.166 4.166
Renterisiconorm
4a. Begrotingstotaal 2022 57.671
4b. Het bij het ministeriële regeling vastgestelde percentage 0
4. Renterisiconorm 11.534
Toets renterisiconorm
5a. Ruime onder renterisiconorm (4 - 3) 7.369
5b. Overschrijding renterisiconorm (4 - 3) 0

Kasgeldlimiet

Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximum bedrag aan kortlopende middelen (looptijd tot maximaal een jaar) waarmee de gemeente haar activiteiten mag financieren. Het doel van deze limiet is het risico te voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct grote impact hebben op de rentelasten tijdens het boekjaar.
Wanneer in drie opeenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, dient dit te worden gemeld bij de toezichthouder, de Provincie, inclusief een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet.
Hieronder is een prognose opgenomen van de kasgeldlimiet over 2022. Als er sprake is van een liquiditeitstekort, wegen wij af of het zinvol is om gebruik te maken van kortlopende of langlopende financiering, afhankelijk van de rentestand en de financieringsbehoefte..

bedragen x € 1.000
1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
Totaal vlottende schuld 0 0 0 0
Totaal vlottende middelen 3.000 3.000 3.000 3.000
Gemiddeld saldo schuld (+) of overschot (-) -3.000 -3.000 -3.000 -3.000
Kasgeldlimiet 4.902 4.902 4.902 4.902
Begrotingstotaal 2022 57.671
vastgestelde percentage 8,5%
Ruimte onder kasgeldlimiet 7.902 7.902 7.902 7.902
0

Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte

De financieringspositie wordt bepaald door diverse factoren, zoals de ontwikkeling van het investeringsniveau en –tempo, wisselende baten in de grondexploitaties en mutaties in de geldleningenportefeuille. Met een liquiditeitenplanning brengen we structuur aan in de verwachte inkomsten en uitgaven. Hierdoor krijgen we inzicht in de financieringsbehoefte. OVERZICHT VERWIJDEREN

Omschrijving 2022 2023 2024 2025
Boekwaarde kapitaaluitgaven
vaste activa 76.371 75.261 74.178 72.116
grondbedrijf 871 530 530 530
totaal te financieren kapitaaluitgaven 77.242 75.791 74.708 72.646
Boekwaarde financieringsmiddelen
langlopende geldleningen 48.004 43.839 39.674 35.508
reserves 30.672 30.447 30.607 30.726
voorzieningen 8.626 8.192 7.989 7.730
87.302 82.478 78.270 73.964
Financieringsoverschot/-tekort 10.060 6.687 3.562 1.318

Verwachte financieringspositie voor de komende jaren

De verwachting is dat er in 2022 geen sprake is van een financieringsbehoefte voor de liquiditeitspositie.

Leningenportefeuille

Bij een structureel liquiditeitstekort sluiten we een langlopende geldlening af. We hanteren de marktrente en berekenen jaarlijks de gemiddelde rente over de bestaande langlopende leningen (per 1 januari 2022 is deze gemiddeld 1,5%).
In onderstaand overzicht is het verloop van de reeds opgenomen langlopende leningen en de verwachte financieringsbehoefte voor 2022 weergegeven. Tijdelijke liquiditeitstekorten financieren we met kortlopende leningen (op dit moment is deze rente negatief), rekening houdend met de kasgeldlimiet.

bedragen x € 1.000
1-1-2021 1-1-2022 1-1-2023 1-1-2024 1-1-2025
Stand leningen 51.983 48.004 43.839 39.674 35.508
Nieuwe lening 0 0 0 0 0
Reguliere aflossingen -3.979 -4.165 -4.165 -4.166 -4.166

Uitzettingen

Op grond van de Regeling Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in ’s Rijks schatkist. Overtollige middelen kunnen ook tijdelijk via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden. De hoogte van de rentevergoeding is gelijk aan de rente waartegen de Nederlandse Staat zichzelf financiert op de geld- en kapitaalmarkten (de zogenoemde ‘inleenrente’). Op dit moment is deze inleenrente negatief, waarbij in de Regeling Schatkistbankieren is opgenomen dat in dergelijke gevallen de rentevergoeding gelijk wordt gesteld aan nul. Bij overliquiditeit maken wij daarom geen gebruik van de mogelijkheid om dit op een deposito te zetten.
Volgens het treasurystatuut kunnen, in het geval van tijdelijke liquiditeitstekorten en -overschotten, de GR BAR en de drie gemeenten elkaar onderling kasgeldleningen verstrekken tegen een marktconforme rente. Zolang de rente op kasgeldleningen negatief is, benutten we deze faciliteit niet

Verstrekte leningen

Onderstaand overzicht geeft een beeld van de leningen die zijn verstrekt aan derden. Wanneer bij deze leningen sprake is van een variabele rente, wordt bij de renteberekening uitgegaan van het 1 maands Euribor per rentevervaldatum. Al een aantal jaren zijn de rente inkomsten bij deze lening met een variabele rente laag, als gevolg van de lage rentestand.

Naam geldnemer % Saldo uitzettingen 1 januari 2022 Verwachte mutaties in 2022 Saldo uitzettingen 31 december 2022
BAR-organisatie n.v.t. 43.901 -22.530 21.371
Carnisse Mondzorg B.V. 3% 182.610 -26.087 156.523
Totaal verstrekte gelden 226.511 -48.617 177.894

Renteomslag

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat rente via de taakvelden wordt toegerekend aan de programma’s. Door gebruik te maken van een renteomslag wordt de manier van verantwoorden van de rente in de begroting geharmoniseerd. Op advies van de commissie BBV wordt voor het berekenen van de renteomslag onderstaand model gebruikt. Hiermee geven we inzicht in de rentelasten voor externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het BBV schrijft voor dat de gehanteerde omslagrente niet meer dan 0,5% mag afwijken van de berekende omslagrente. Conform onderstaande berekening komen we voor 2022 uit op een gemiddelde renteomslag percentage van 1,08%. Voor 2022 hanteren we een omslagpercentage van afgerond 1,25% (afwijking betreft alleen afronding en is dus niet meer dan 0,5%).

Schema rentetoerekening
Externe rentelasten financiering +/+ 701.000
Externe rentebaten -/- -9.100
Saldo rentelasten en rentebaten 691.900
Rente die doorberekend wordt aan grondexploitaties -/- -18.000
Rente projectfinanciering -/- -15.000
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente 658.900
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente 765.000
Renteresutaat op taakveld treasury 1.423.900
Toe te rekenen rente 658.900
Boekwaarde per 1 januari 61.100.000
Renteomslagpercentage 1,08%

Garantstelling

In het verleden zijn regelmatig garantstellingen geweest voor leningen aan derden. Met het oog op de financiële risico’s die de gemeente hierbij loopt, gaan wij terughoudend om met het honoreren van deze aanvragen. Alleen als het maatschappelijk belang ermee gediend is en er voldoende zekerheden gesteld worden, wordt een garantie verleend.
In 2021 heeft het college de nota garantstellingen en leningen vastgesteld. In deze nota zijn de beleidskaders beschreven en geven we handvatten voor de besluitvorming door het formuleren van criteria en voorwaarden, waarmee we de risico’s zoveel mogelijk beperken en meer inzichtelijk maken.
Per 1 januari 2021 is het totaal van de directe garantstellingen € 97.000. Het totaal van de garantstellingen met een achtervangfunctie via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw was € 67,1 miljoen. Het risico dat de gemeente loopt bij deze garantstellingen is meegenomen in de berekening van ons weerstandvermogen.

Relatiebeheer

Met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) vindt periodiek overleg plaats waarbij we nieuwe ontwikkelingen bespreken. Verschillende kredietverstrekkers geven regelmatig adviezen over het aantrekken en uitzetten van gelden Ook in 2022 maken we gebruik van de verschillende adviserende instanties om optimaal te kunnen profiteren van de beschikbare financiële instrumenten. In ons treasurystatuut hebben wij de administratieve organisatie, interne controle en informatievoorziening uitvoerig beschreven.