Paragraaf 2 - Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Aanleiding en achtergrond

De Gemeente Albrandswaard voert actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Door een scherp inzicht in de actuele risico's wordt de organisatie in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen. Ook wordt gekeken naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden, bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Deze buffer is het weerstandsvermogen.

In deze paragraaf wordt verslag gedaan van de resultaten van de meest recente herijking/inventarisatie van risico’s en maatregelen. Op basis van de geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (weerstandscapaciteit) is het weerstandvermogen berekend.

Risicoprofiel concern Albrandswaard

Om de risico's van Gemeente Albrandswaard in kaart te brengen is in samenwerking met het regieteam Albrandswaard en de GR BAR-organisatie een risicoprofiel opgesteld. Dit risicoprofiel is tot stand gekomen met behulp van het softwareprogramma NARIS® (NAR Risicomanagement Informatie Systeem) waarmee risico's systematisch in kaart kunnen worden gebracht en beoordeeld.
Omdat binnen de GR BAR-organisatie het grootste deel van de producten en diensten wordt geleverd voor de drie gemeenten en de GR BAR-organisatie zelf geen algemene reserve kent, dient de benodigde weerstandscapaciteit middels de afgesproken verdeelsleutel opgevangen te worden door de deelnemende BAR gemeenten.

In de gemeentelijke top 10 ziet u de verzameling aan BAR risico’s terug als één geconsolideerd risico met als percentage 100%.

Alle risico’s worden 2 maal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Alle onzekerheden dan wel risico’s die niet in de begroting (kunnen) worden opgenomen worden vanaf het moment dat zij kwantificeerbaar zijn opgenomen in het risicoprofiel.

Actuele ontwikkelingen

Gevolgen Corona pandemie.
Met de uitbraak van de coronacrisis in het voorjaar van 2020 is er een nieuwe factor opgetreden met grote impact op het risicoprofiel. Aan de ene kant krijgen gemeenten flink minder geld binnen langs de bekende inkomstenkanalen (bijv. vermindering parkeerinkomsten, opgeschorte huren en belastingbetalingen), terwijl ze aan de andere kant bedrijfsmatig geconfronteerd worden met toenemende kans op langdurig hogere uitgaven (bijv. meer cliënten in de bijstand, toename in financiële ondersteuning aan ZZP’ers, meer verzoeken om bijzondere bijstand, schuldhulpverlening, het overeind houden van cultuur, sportclubs etc.). Het is aannemelijk dat dit, in de wetenschap dat veel gemeenten al interen op hun reserves door de tekorten op jeugdzorg en de WMO, over een langere periode gaat knellen. Het risico dat de gemeenten straks, ten koste van de burger, moeten gaan snijden in de begrotingen is reëel. Veel uitkomsten van de coronacrisis zijn onzeker en pandemie duurt inmiddels al zo lang, dat de gevolgen in alle facetten van de samenleving merkbaar en daarmee verweven zijn. ‘De gevolgen van de coronacrisis’ kunnen daarom ook niet meer los van andere ontwikkelingen gezien worden en zijn hieronder met elkaar verbonden. Daarbij hebben we ook met ontwikkelingen te maken, waarvan de gevolgen en risico’s niet direct meetbaar zijn. Denk aan de negatieve effecten op het welzijn, in het bijzonder de generatie kinderen en jongeren, en de relatie tussen de overheid en burger. Al met al hebben we voor ons risicoprofiel voor deze crisis een aparte simulatie toegevoegd, waarbij we inzichtelijk hebben gemaakt wat de gevolgen zijn voor onze gemeenten (met en zonder Corona gevolgen).

Maatschappij, decentralisaties.
Het geconsolideerde risico decentralisatie sociaal domein blijft onverminderd groot en is door de coronacrisis waarschijnlijk groter geworden door een verhoogde aanspraak op budgetten, zowel op korte als lange termijn. Vrijwel alle gemeenten in Nederland kampen met niet sluitende begrotingen vaak als gevolg van overschrijdingen in het sociaal domein. Door de impact van de Corona pandemie op de gezondheid, welzijn en bestaanszekerheid wordt een toename verwacht van het aantal inwoners dat bij de gemeenten gaat aankloppen voor zorg, hulp en ondersteuning. Daarbij is het onzeker hoe lang de Rijksoverheid de extra kosten nog blijft compenseren. Bovendien is het maken van een goede verdeling daarbij zeer gecompliceerd. Naast de bestaande regelingen voor de bijstand, komt er - naast het werk met de TOZO-steunregeling voor zelfstandigen - veel instroom bij. Het probleem is: de bijstand wordt nu verdeeld op basis van een model dat per individuele gemeente berekent hoe groot de kans is dat een huishouden daar in de bijstand komt. Dit verandert enorm door corona waardoor het model feitelijk niet langer bruikbaar is en reële inschattingen daarom lastiger zijn.

GR BAR organisatie.
De risico’s die in dit specifieke bedrijfsvoeringprofiel zijn opgenomen zijn schattingen die zo nauwkeurig mogelijk zijn gemaakt op basis van lokale en landelijke ontwikkelingen en actuele inzichten in mogelijke scenario’s. De dalende positieve trend die was ingezet is doorbroken door de Coronacrisis. Dit heeft tot gevolg dat er ten aanzien van het risicoprofiel van de BAR Organisatie sprake is van een licht stijgende trend in omvang en aantal risico’s.


ICT, informatiebeveiliging, privacybescherming.
Voor de verhoogde risico’s op het gebied van informatiebeveiliging, privacybescherming en de beheersing van het ICT gerelateerde risico’s door verplicht thuiswerken, vormt de doorontwikkeling van de BAR-organisatie een belangrijke verzameling van maatregelen.

Om de beveiliging van informatie en de wijze waarop er wordt omgegaan met gevoelige gegevens op professionele wijze op te pakken, zijn ook in 2021 verdere verbeterstappen gemaakt. Risico’s op sancties (bijvoorbeeld datalekken) die kunnen worden opgelegd door verwijtbaar handelen zijn toegenomen in omvang. Op het gebied van de ICT beveiliging en data protectie zijn de strenge eisen nageleefd. De risico’s op dit gebied blijven in lijn met het landelijke beeld stevig.

Er blijft veel aandacht voor het algemene dreigingsbeeld, gevoed door diverse incidenten bij diverse overheidsinstellingen.

Risico's

In onderstaand overzicht staan de 10 belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben op de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit.

overzicht van de belangrijkste risico's

Het overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren met daarbij het maximale financiële gevolg. De onderstaande tabel geeft aan hoe groot de kans is in lengte van tijd.

Kwantiteit Referentiebeelden Kans Toelichting kansklasse
klasse
10% <0 of 1 keer per 10 jaar 1 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het
onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.
30% 1 keer per 5-10 jaar 2 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het niet
waarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.
50% 1 keer per 2-5 jaar 3 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's die zich in het
komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen.
70% 1 keer per 1-2 jaar 4 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het
waarschijnlijk is dat ze zich in de komende jaar zullen voordoen.
90% 1 keer per jaar of > 5 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het zeer
waarschijnlijk is dat ze zich in de komende jaar zullen voordoen.

Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag niet nodig is omdat de risico’s nooit allemaal tegelijk en in hun maximale omvang zullen optreden.

Onderstaande figuur en de bijhorende tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie.

grafiek van de simulatie van de risico's

Uit de simulatie volgt dat 90% zeker is dat alle risico’s van Albrandswaard kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 3.369.880 (benodigde weerstandscapaciteit).

Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages
Percentage Bedrag
10% € 1.414.876
25% € 1.800.229
50% € 2.290.840
75% € 2.836.803
90% € 3.369.880
95% € 3.705.165

Als we de meest recente Corona risico-inventarisatie meenemen en ons baseren op enerzijds de ontwikkelingen over 2020/2021 en het scenario waarin de coronacrisis tenminste tot in het vierde kwartaal van 2022 aanhoudt levert dit na simulatie een bedrag op van € 784.000 (extra benodigde weerstandscapaciteit).

Risicoprofiel grondbedrijf

Voor het berekenen van het risicoprofiel voor het grondbedrijf is aangesloten bij het Meerjaren Perspectief Ontwikkelprojecten (MPO) 2021 (specificaties in hoofdstuk 4). Voor het grondbedrijf wordt het risicoprofiel niet gesimuleerd, maar wordt de kans van optreden maal het effect van optreden opgenomen. Hierbij is rekening gehouden of het gewaardeerde risico binnen het resultaat van het project opgevangen kan worden. Wanneer dit niet het geval is, heeft dit een effect op het risicoprofiel.

MPO 2021 MPO 2020 MPO 2021 MPO 2020
Project Risico's (ongewogen en gesaldeerd) Risico's (ongewogen en gesaldeerd) Risico's (gewogen en gesaldeerd) Risico's (gewogen en gesaldeerd) Verschil Op te vangen in grond-exploitatie Niet op te vangen in grondexploi-tatie
A B C=A-B D E=D-A
Verliesgevend
Centrum Ontwikkeling Poortugaal Emmastraat 0 -120.000 0 -56.000 56.000 0 0
Spui -1.060.000 -725.000 -358.000 -279.000 -79.000 0 -358.000
Polder Albrandswaard -220.000 -57.000 -86.000 -14.000 -72.000 0 -86.000
Subtotaal -1.280.000 -902.000 -444.000 -349.000 -95.000 0 -444.000
Winstgevend
Binnenland -2.100.000 -1.245.000 -650.000 -546.000 -104.000 0 -650.000
Portland 0 -90.000 0 -35.000 35.000 0 0
Overhoeken III 0 -205.000 0 -63.000 63.000 0 0
Subtotaal -2.100.000 -1.540.000 -650.000 -644.000 -6.000 0 -650.000
TOTAAL -3.380.000 -2.442.000 -1.094.000 -993.000 -101.000 0 -1.094.000

Voor het grondbedrijf Albrandswaard kunnen op basis van bovenstaande doorrekening alle risico’s worden afgedekt met een totaalbedrag van € 1.094.000 (benodigde weerstandscapaciteit).

Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Albrandswaard bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken.

Beschikbare weerstandscapaciteit per 1 januari 2022
Weerstandsonderdelen Huidige capaciteit
Algemene reserve € 12.327.900
Reserve MPO € 1.343.800
Reserve Sociaal domein € 1.610.000
Beschikbare weerstandscapaciteit € 15.281.700

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

Risico's Weerstandscapaciteit
Bedrijfsproces Algemene reserve
Financieel Reserve MPO
Imago/politiek Reserve Sociaal domein
Informatie/strategie
Juridisch/aansprakelijkheid
Letsel/veiligheid
Materieel
Milieu
Personeel/Arbo
Product
Weerstandvermogen
Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit 0 € 15.281.700 0 3,4
Benodigde weerstandscapaciteit (€ 3.369.880 + € 1.094.000) = € 4.463.880
inlusief risico's Corona
Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit 0 € 15.281.700 0 2,9
Benodigde weerstandscapaciteit (€ 3.369.880 + € 1.094.000 + € 784.000) = € 5.247.880

De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio.

Weerstandsnorm
Waarderingscijfer Ratio Betekenis
A >2 uitstekend
B 1.4-2.0 ruim voldoende
C 1.0-1.4 voldoende
D 0.8-1.0 matig
E 0.6-0.8 onvoldoende
F <0.6 ruim onvoldoende

Het ratio van Albrandswaard valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen.

Risicokaart

Risico’s waarvan de oorzaken en gevolgen in klassen ingedeeld zijn kunnen geplaatst worden in een risicokaart. Deze kaart toont in één oogopslag de spreiding van de risico’s. Er wordt een onderscheid gemaakt in het bruto en netto risico. Het bruto risico geeft de situatie weer voordat er maatregelen zijn getroffen. Het netto risico geeft het resultaat na het nemen van maatregelen.

Kengetallen

In dit onderdeel kengetallen geven wij duiding aan onze financiële positie voor de onze begroting 2022 met haar meerjarenperspectief. Om een goed beeld te krijgen van de financiële positie kijken wij naar de ontwikkelingen aan de hand van een aantal belangrijke financiële kengetallen. Per kengetal geven wij de trend weer en de betekenis ervan voor onze financiële positie. Is de trend bijvoorbeeld risicovol, gunstig, of is het een directe dreiging voor de financiële gezondheid van onze gemeente? Ze hebben geen functie als normeringsinstrument in het kader van het financieel toezicht. Het reëel en structureel sluitend zijn van de begroting blijft het bepalende criterium.

Omschrijving Jaarreke- Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
ning 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Netto schuldquote 41% 64% 65% 65% 62% 59%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen 37% 58% 59% 59% 57% 53%
Solvabiliteitsratio 33% 35% 35% 36% 36% 37%
Grondexploitatie 6% 7% 1% 0% 0% 0%
Structurele exploitatieruimte 0,98% -1,50% 2,11% 1,01% 1,10% 1,55%
Belastingcapaciteit 123% 137% 136% 136% 136% 136%

De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in 3 categorieën die aansluiten bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden (2016). Categorie A is het minst risicovol en C het meest risicovol.

 

 

Signaleringstabel: categorie A categorie B categorie AC
Netto schuldquote <90% 90-130% >130%
Netto schuldquote gecorrigeed <90% 90-130% >130%
Solvabiliteitsratio >50% 20-50% <20%
Structurele exploitatie- ruimte begroting >0% 0% <0%
Grondexploitatie <20% 20-35% >35%
Belastingcapaciteit <95% 95-105% >105%

Schuldquote
Een belangrijke graadmeter voor de financiële positie is de omvang van onze schuldverplichtingen in relatie tot onze opbrengsten, oftewel de schuldquote. Onderstaande grafiek illustreert deze ontwikkeling.

Onze schulden zijn toegenomen. De gemeente heeft behoorlijk geïnvesteerd. Ondanks het economisch hoogtij wat we hebben gehad, vallen de structurele opbrengsten, onder andere vanuit het gemeentefonds, tegen. De opbrengst van de aandelen van Eneco heeft wel een positieve ontwikkeling laten zien. Keuzes omtrent de besteding van deze gelden hebben hun effect op de schuldquote. Ondanks de positieve ontwikkeling, blijven er altijd risico’s, dat rentestanden in de nabije toekomst toch sneller oplopen dan verwacht of er grotere nadelige ontwikkelingen zijn rondom het gemeentefonds.

Solvabiliteit
De solvabiliteit geeft aan welke gedeelte van je bezit met eigen vermogen is gefinancierd. Een woning bijvoorbeeld, deze is voor 80% gefinancierd bij de bank en 20% betaald met eigen spaargeld. In dit geval is de solvabiliteit 20%. Onderstaande grafiek illustreert de ontwikkeling van dit kengetal voor onze gemeente.

Albrandswaard heeft een stabiele vermogenspositie, die de afgelopen jaren licht af nam. Grote investeringen/nieuwe bezittingen moesten worden gefinancierd. De opbrengst van de aandelen van Eneco heeft een sterke verbetering laten zien. Keuzes omtrent de besteding van deze gelden hebben hun effect op de solvabiliteit.
De economie heeft een cyclisch karakter. Financiële tegenvallers zijn niet altijd goed te voorspellen. Door huidige risico’s die nog niet helemaal inzichtelijk zijn, bestaat ook minder zekerheid over de haalbaarheid van verwachte exploitatieresultaten en de groei van vermogen.
Gelet op de schaalgrootte (omzet) van Albrandswaard zijn wij kwetsbaar. Als een financieel risico zich manifesteert kan dat grote impact hebben op de stand van onze algemene reserve. Het is goed de solvabiliteit te blijven volgen, zodat bij een economisch minder goede periode er tijdig onderbouwde afwegingen gemaakt kunnen worden tussen inhoud en financiën.

Grondexploitaties
Afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitaties een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente. Bij grondexploitaties volgen de inkomsten altijd pas na de uitgaven. Bijvoorbeeld voor een nieuw woningbouwproject moet de grond eerst gekocht en bouwrijp gemaakt worden voordat het weer verkocht kan worden. De financiering voor grondaankopen en bouwrijp maken leiden normaal gesproken (tijdelijk) tot hogere schulden.
Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling weer van de (financiële) waardes van onze grondposities ten opzichte van de totale opbrengsten (exclusief reservemutaties). Daarbij geldt dat hoe lager de (boek)waardes van onze grondposities (exploitaties) zijn in vergelijking met de totale opbrengsten, des te minder financiële risico’s wij lopen. Als de waardes van de grondposities namelijk laag liggen hoeven de (grond)verkopen minder op te leveren om investeringen uit het verleden terug te verdienen.

Onze positie is sterk verbeterd de afgelopen jaren en de prognoses zijn goed, zoals eerder verwacht. De grafiek laat zien dat we onder de signaalgrens van 20% blijven.
De realisatie van sociale woningbouw (in combinatie met woningbouw in de vrije marktsector) blijft een belangrijk speerpunt. Een speerpunt met impact op de financiële kengetallen.
Een nieuwe exploitatie zal om financiering vragen en geeft inherente risico’s bij het terug verdienen, met mogelijk risico dat de lijn omhoog schiet.

Structurele exploitatieruimte
De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De signaalgrens is daarom om ook 0%. Wanneer het cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te kunnen blijven dragen. In de toekomst zullen er dan opbrengststijgingen of ombuigingen gerealiseerd moeten worden.
Het kengetal laat zien dat de structurele inkomsten, de onzekerheid hieromtrent en het onstabiele karakter, zijn invloed heeft. Alsmede de opgaven die we op ons af zien komen. Hierdoor zien we het kengetal onder de signaalgrens komen. Het is nodig om kritisch te blijven kijken naar hoe structurele lasten in evenwicht kunnen blijven met structurele baten.

Gemeentelijke belastingcapaciteit
De gemeentelijke belastingcapaciteit geeft de gemiddelde woonlasten van een inwoner van Albrandswaard weer ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Onder woonlasten wordt hier bedoeld de rioolheffing, afvalstoffenheffing en onroerende zaakbelasting (ozb).

verloop belastingcapaciteit verschillende jaren

De inwoner van Albrandswaard betaalt hogere woonlasten dan de gemiddelde Nederlander. De hoge OZB-aanslag is te verklaren doordat de Albrandswaardse woningen een hogere gemiddelde waarde hebben dan landelijk en de tarieven hoger liggen dan gemiddeld in Nederland.

Dit betekent echter niet dat wij als gemeente meer financiële ruimte hebben dan ‘de gemiddelde gemeente’. De rioolheffing en afvalstoffenheffing zijn namelijk financieel gesloten systemen. De baten uit deze heffingen mogen alleen besteed worden aan de bekostiging van de riolering en de reiniging. Deze kosten kunnen hoger liggen dan gemiddeld door bijvoorbeeld de aard van de grond. Om de lasten voor de inwoner niet onnodig te laten stijgen is het daarom van belang om bedrijfsmiddelen doelmatig in te zetten en/of innovatieve, kostenbesparende maatregelen te nemen. Ook al zien we de kosten op deze gebieden sterk toenemen, wordt hierbij ook lastenverlichting afgewogen met de inhoudelijke mogelijkheden.
Volgens het landelijk model staat Albrandswaard in het rood (>105%). De relatieve hoge gemeentelijke belastingen zijn, gelet op het voorzieningenniveau, veranderingen in andere inkomsten en toenemende kosten nodig om tot een sluitende begroting te kunnen komen.

Conclusie over huidig risicoprofiel

In de voorgaande onderdelen is een relatie gelegd tussen het risicoprofiel van de gemeente en het benodigde weerstandsvermogen. Onze organisatie valt in klasse A (waarderingscijfer); een uitstekend weerstandsvermogen. We kunnen derhalve stellen dat de organisatie er financieel goed voor staat.

Toch zijn enkele kanttekeningen nodig om over de huidige positie een conclusie te trekken:
Onze financiële positie staat onder druk, waardoor een sluitende meerjarenbegroting vaak niet zonder bezuinigingen en ombuigingen tot stand kan worden gebracht.
Gezien de fluctuerende Algemene uitkering, de verder verlaagde dividendopbrengsten, de mogelijk toekomstige druk op de uitgaven en nieuwe herverdelingsmaatstaven is het dus zeer essentieel om ook voor de lage termijn een financieel gezonde positie te behouden. We moeten daarom de komende jaren blijven vasthouden aan een structureel sluitende begroting op basis van reële ramingen.