Uitgangspunten meerjarenraming

Uitgangspunten meerjarenraming

Voor de samenstelling van de begroting 2021 en meerjarenraming 2022 – 2024 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd.

Begrotingsramingen
Voor de begrotingsramingen in de programma’s zijn de gevolgen tot en met de 1e Tussenrapportage 2020 meegenomen. De structurele mutaties uit de 2e Tussenrapportage 2020 zijn niet meegenomen.

Loonkosten
De bedrijfsvoeringkosten zijn per 1 januari 2014 opgenomen in de begroting van de GR BAR-organisatie. Voor de lonen is afgesproken dat deze gecompenseerd worden voor de prijsstijging. In de loonkosten is de verhoging op basis van de nieuwe CAO 2019 meegenomen. De gevolgen van de CAO 2021 zijn niet functioneel verwerkt, wel is uit voorzorg in de Programmabegroting 2021 – 2024 van Albrandswaard een stelpost meegenomen in het programma 4 Financiën.

Indexering overige uitgaven
Voor de prijsontwikkeling is voor de jaren 2022 - 2024 rekening gehouden met een inflatiecorrectie van 1,4%. De begroting 2021 is (gedeeltelijk) niet geïndexeerd. De bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen en de subsidiebedragen zijn wel geïndexeerd.

Tariefsverhoging inkomsten
Voor de OZB en de leges is rekening gehouden met een stijging van 3%. Bij de afvalstoffenheffing, rioolrecht en opbrengsten begraafplaatsen is uitgegaan van kostendekkendheid.

Rente investeringen
Voor de investeringen (zowel lineair als annuïtair) is een omslagrente berekend van 1,3%.

Algemene uitkering
De raming van de Algemene uitkering is in de Programmabegroting 2021 - 2024 gebaseerd op de Meicirculaire 2020.