Paragraaf 3 - Financiering

In deze paragraaf beschrijven we de plannen en acties op het gebied van liquiditeitsbeheer, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s voor de jaren 2021 tot en met 2024. Naast enkele onderwerpen die verplicht onderdeel uitmaken van deze paragraaf, gaan we ook in op een aantal ontwikkelingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie. In deze paragraaf gaan wij achtereenvolgens in op:

  • Wettelijke kaders en treasurystatuut
  • Rentevisie en rentebeleid
  • Renterisicobeheer
  • Financieringsbehoefte en EMU-saldo
  • Uitzettingen
  • Renteomslag
  • Garantstelling
  • Relatiebeheer

Wettelijke kaders en treasurystatuut

Terug naar navigatie - Wettelijke kaders en treasurystatuut

De kaders voor de uitvoering van de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de financiële verordening en uitgewerkt in het treasurystatuut. Hierbij is de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) van toepassing. Deze wet stelt de kaders voor een verantwoorde en professionele inrichting van de treasuryfunctie bij decentrale overheden. Het belangrijkste uitgangspunt daarbij is het beheersen van risico’s. In 2017 zijn de financiële verordening en het treasurystatuut herzien en vastgesteld. Hierna zijn er geen wijzigingen geweest in wet en regelgeving of in het gemeentelijk beleid. Aanpassing van de financiële verordening of het treasurystatuut is daarom op dit moment niet aan de orde.

Rentevisie en rentebeleid

Terug naar navigatie - Rentevisie en rentebeleid

Rente speelt een belangrijke rol in de begroting. Vooral door de omvang van deze bedragen, is het gewenst dit onderdeel van de begroting voor uw raad inzichtelijk te maken. Daarbij gaat het om factoren die invloed op de rente hebben en om inzicht te geven in de keuzemogelijkheden. Dit alles vatten wij gemakshalve samen onder de term ‘rentebeleid’. Er wordt onderscheid gemaakt tussen korte rente en lange rente. We spreken van korte rente bij termijnen tot maximaal 1 jaar en van lange rente bij termijnen van 1 jaar of langer. Renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt zijn belangrijk vanwege de risico’s die ze voor ons in kunnen houden. Wij volgen de renteontwikkelingen daarom ook nauwlettend. We maken hiervoor gebruik van de informatie van een aantal geldverstrekkers, waarbij we op ieder moment van de dag de ontwikkelingen kunnen volgen en online op de hoogte worden gehouden van belangrijke veranderingen.

Al een aantal jaren is sprake van lage rentestanden. Ook het afgelopen jaar is hier geen verandering in gekomen. Bij de rente voor een kasgeldlening (looptijd < 1 jaar) is al geruime tijd sprake van een negatieve rente. Hierin valt op dat deze het laatste jaar vrij stabiel is. De rente voor een kasgeldlening van 1 maand staat bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) al sinds 2016 rond de -/- 0,31%. Komende tijd wordt hierin ook nog weinig verandering verwacht. Door de coronacrisis worden op de financiële markten, waar BNG Bank het geld ophaalt, intussen grote verliezen geleden. De BNG heeft voldoende buffers en een AAA-rating dus ziet voor zichzelf geen doemscenario’s. Uiteraard kan dit mogelijk wel gevolgen hebben op de rentestanden. De gemeente maakt van deze negatieve rentestand optimaal gebruik door bij liquiditeitstekorten een kasgeldlening af te sluiten en zo min mogelijk gebruik te maken van de kredietfaciliteit op de rekening courant.

Onderstaande schema geeft de renteverwachting van de BNG weer. De verwachting van de BNG is dat het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) zeer ruim zal blijven. We gaan ervan uit dat de rentetarieven het komende jaar niet veel zullen veranderen.

Actueel Over een jaar
forward rate prognose
BNG Bank
3 maanden interbancair -0,48 -0,48 -0,40
Staat 10 jaar -0,39 -0,33 -0,20

Renterisicobeheer

Terug naar navigatie - Renterisicobeheer

In dit onderdeel krijgt u inzicht in de renterisico’s van de gemeente. De rente-risiconorm heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf 1 jaar en de kasgeldlimiet op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar. Deze twee normen zijn een verplicht onderdeel van deze paragraaf. Het doel van deze normen is om de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijging te beperken.

Renterisiconorm

De renterisiconorm benadrukt vooral het belang van een goede spreiding van de leningenportefeuille en van de renterisico’s. De renterisiconorm houdt in dat niet meer dan 20% van het begrotingstotaal voor herfinanciering en/of renteherziening in aanmerking mag komen. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Wij hebben geen leningen met een renteherziening.

Het renterisico dat de gemeente in een jaar loopt, is onder andere afhankelijk van nieuw aan te trekken financiering in de komende jaren. Indien nodig worden er lineaire leningen afgesloten. Hierdoor zijn de aflossingen over de looptijd gespreid en is het renterisico op vaste schuld lager. Het onderstaande overzicht maakt duidelijk dat er voldoende ruimte is binnen de renterisiconorm om ook eventuele extra (project)investeringen of uitgaven ten behoeve van de grondexploitatie met lang vreemd vermogen te financieren.

Renterisico op vaste schuld bedragen x € 1.000
2021 2022 2023 2024
1. Netto renteherziezing op vaste schuld 0 0 0 0
2. Betaalde aflossingen 3.978 4.122 4.125 4.129
3. Renterisico op vaste schuld (1 + 2) 3.978 4.122 4.125 4.129
Renterisiconorm
4a. Begrotingstotaal 2021 58.590
4b. Het bij het ministeriële regeling vastgestelde percentage 20%
4. Renterisiconorm 11.718
Toets renterisiconorm
5a. Ruime onder renterisiconorm (4 - 3) 7.740
5b. Overschrijding renterisiconorm (4 - 3) 0

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet geeft het renterisico op de vlottende schuld weer. Met de kasgeldlimiet is een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de gemeente haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Wanneer in drie opeenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, moet dit gemeld worden bij de toezichthouder. Hieronder een prognose van de kasgeldlimiet over 2021. Wanneer er sprake is van een liquiditeitstekort wordt een afweging gemaakt of het zinvol is om gebruik te maken van kortlopende of langlopende financiering. Dit is onder andere afhankelijk van de rentestand. Voor kortlopende leningen is nog steeds sprake van gunstige rentetarieven. Wanneer dit ook in 2021 zo blijft, gebruiken we bij een liquiditeitstekort allereerst de ruimte van de kasgeldlimiet.

bedragen x € 1.000
1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
Totaal vlottende schuld 3.000 4.333 3.000 3.667
Totaal vlottende middelen 1.000 1.000 1.000 1.000
Gemiddeld saldo schuld (+) of overschot (-) 3.500 3.500 3.500 3.500
Kasgeldlimiet 4.980 4.980 4.980 4.980
Begrotingstotaal 2021 58.590
vastgestelde percentage 8,5%
Ruimte onder kasgeldlimiet 2.980 1.647 2.980 1.480

De financieringsbehoefte en EMU-saldo

Terug naar navigatie - De financieringsbehoefte en EMU-saldo

De financieringspositie wordt bepaald door diverse factoren, zoals de ontwikkeling van het investeringsniveau en –tempo, wisselende baten in de grondexploitaties en mutaties in de geldleningenportefeuille. Met een liquiditeitenplanning brengen we structuur aan in de verwachte inkomsten en uitgaven. Hierdoor krijgen we inzicht in de financieringsbehoefte.

Omschrijving 2021 2022 2023 2024
Boekwaarde kapitaaluitgaven
vaste activa 72.143 75.279 73.634 71.841
grondbedrijf 7.039 3.857 3.896 3.896
totaal te financieren kapitaaluitgaven 79.182 79.136 77.530 75.737
Boekwaarde financieringsmiddelen
langlopende geldleningen 51.983 48.004 43.882 39.757
reserves 34.818 34.310 34.126 34.065
voorzieningen 7.515 7.163 7.226 7.775
94.316 89.477 85.234 81.597
Financieringsoverschot/-tekort 15.134 10.341 7.704 5.860

Verwachte financieringspositie voor de komende jaren
Op basis van de onderstaande berekening van de financieringsbehoefte is de verwachting dat er in 2021 geen sprake is van een financieringsbehoefte voor de liquiditeitspositie. Voor de bouw van het nieuwe gemeentehuis zijn vorig jaar wel langlopende leningen afgesloten die binnen een bouwdepot worden gecategoriseerd. Financiële consequenties van eventuele aanpassingen van de investeringsplanning en daaruit voortvloeiende wijziging van de financieringsbehoefte worden in de tussenrapportages verwerkt.

Leningenportefeuille

Bij een structureel liquiditeitstekort moet de gemeente geld lenen en sluit daarvoor een langlopende geldlening af. Voor langlopende geldleningen hanteren wij de marktrente en berekenen jaarlijks de gemiddelde rente over de langlopende leningen. In onderstaand overzicht staan de opgenomen langlopende leningen. Hierbij is rekening gehouden met de verwachtte financieringsbehoefte voor 2021. De gemiddelde rente van deze leningen per 1 januari 2021 is 1,5%.

bedragen x € 1.000
1-1-2020 1-1-2021 1-1-2022 1-1-2023 1-1-2024
Stand leningen 51.983 48.004 43.882 39.757 35.627
Nieuwe lening 0 0 0 0 0
Reguliere aflossingen -3.978 -4.122 -4.125 -4.129 -4.132

EMU-saldo

Hieronder wordt een beeld geschetst van het verwachte verloop van ons EMU-saldo over de periode van 2021 tot en met 2024. De gemeentelijke systematiek van nu investeren en afschrijven over een reeks van jaren, strookt niet met de manier waarop het EMU-saldo wordt berekend. Investeringen in een jaar worden direct ten laste gebracht van het EMU-saldo. Hierdoor ontstaat een negatief effect op het EMU saldo. Voor een meerjarenoverzicht Emusaldo zie pagina 137.

Uitzettingen

Terug naar navigatie - Uitzettingen

Wanneer er sprake is van een overliquiditeit zijn de mogelijkheden om dit tijdelijk renderend weg te zetten op een deposito beperkt. Dit als gevolg van de wet op het verplicht schatkistbankieren. Bij de schatkist kunnen overtollige middelen eventueel tijdelijk op deposito worden weggezet. Hier krijgen we een rente vergoed die gelijk is aan de rentes die de Nederlandse staat betaalt op leningen die ze op de markt aangaat. Op dit moment is deze rente 0%, bij overliquiditeit wordt er daarom geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om dit op deposito zetten. Bij overliquiditeit kan dit conform het treasurystatuut ook gebruikt worden om tijdelijke liquiditeitstekorten binnen de BAR-Organisatie op te vangen door het verstrekken van een onderlinge kasgeldlening tegen marktconforme rente. Zolang er sprake is van een negatieve rente op kasgeldleningen worden er geen onderlinge leningen afgesloten.

Verstrekte leningen

In 2014 is een lening verstrekt aan de BAR-Organisatie voor de financiering van de materiële vaste activa die betrekking hebben op de bedrijfsvoering, welke zijn overgedragen van de gemeente aan de BAR-Organisatie. In 2018 is bij de bij de afwikkeling van de overname van de panden van de Stichting  Eerstelijnsvoorziening Portland een lening verstrekt aan Carnisse Mondzorg B.V. in verband met achterstallige renteverplichtingen. Hiervoor wordt een marktconforme rente gehanteerd.

In onderstaand overzicht wordt het verloop van deze leningen weergegeven.

Naam geldnemer % Saldo uitzettingen 1 januari 2021 Verwachte mutaties in 2021 Saldo uitzettingen 31 december 2021
BAR-organisatie n.v.t. 70.693 -26.792 43.901
Carnisse Mondzorg B.V. 3% 208.697 -26.087 182.610
Totaal verstrekte gelden 279.390 -52.879 226.511

Renteomslag

Terug naar navigatie - Renteomslag

In dit onderdeel geven we inzicht in de rentelasten voor externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat rente via de taakvelden wordt toegerekend aan de programma’s. Door gebruik te maken van een renteomslag wordt de manier van verantwoorden van de rente in de begroting geharmoniseerd. Op advies van de commissie BBV wordt voor het berekenen van de renteomslag onderstaand model gebruik. Hiermee geven we inzicht in de rentelasten voor externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het BBV schrijft voor dat de gehanteerde omslagrente niet meer dan 0,5% mag afwijken van de berekende omslagrente. Conform onderstaande berekening komen we voor 2021 uit op een (gemiddeld) renteomslag percentage van 1,29%  In de begroting 2021 is gerekend met een omslagpercentage van 1,30%. Om onnodige fluctuaties in de rente te voorkomen zal ook in 2021 gerekend worden met een omslagpercentage van afgerond 1,30%. Hiermee blijven we uiteraard ruim binnen de door de BBV gestelde grens van 0,5%.

Schema rentetoerekening
Externe rentelasten financiering +/+ 881.800
Externe rentebaten -/- -9.100
Saldo rentelasten en rentebaten 872.700
Rente die doorberekend wordt aan grondexploitaties -/- -76.700
Rente projectfinanciering -/- -15.100
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente 780.900
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente -789.410
Renteresutaat op taakveld treasury -8.510
Toe te rekenen rente 780.900
Boekwaarde per 1 januari 60.723.900
Renteomslagpercentage 1,29%

Garantstelling

Terug naar navigatie - Garantstelling

In het verleden zijn regelmatig garantstellingen geweest voor leningen aan derden. Met het oog op de financiële risico’s die de gemeente hierbij loopt, wordt terughoudend omgegaan met het honoreren van deze aanvragen. Alleen als het maatschappelijk belang ermee gediend is en er voldoende zekerheden gesteld worden, wordt een garantie verleend. Per 1 januari 2020 is het totaal van de directe garantstellingen € 108.000. Het totaal van de garantstellingen met een achtervangfunctie via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw was € 60,9 miljoen. Het risico dat de gemeente loopt bij deze garantstellingen is meegenomen in de berekening van ons weerstandvermogen.

Relatiebeheer

Terug naar navigatie - Relatiebeheer

Met onze huisbankier BNG vindt periodiek overleg plaats waarbij eventuele nieuwe ontwikkelingen worden besproken. De mogelijkheid om bestaande langlopende leningen bij de BNG voordeliger te herstructureren in het kader van bezuinigingen en de eenmalige ontvangst van Eneco-gelden is een van die ontwikkelingen.
Verschillende banken en financiële instellingen geven regelmatig adviezen over het vastzetten van gelden en het beheer van de leningenportefeuille. In 2021 wordt opnieuw regelmatig gebruik gemaakt van de verschillende adviserende instanties om optimaal te kunnen profiteren van de beschikbare financiële instrumenten. In het treasurystatuut staat de administratieve organisatie, interne controle en informatievoorziening uitvoerig beschreven. Handhaving hiervan en optimalisatie blijft onder de aandacht.